Burgerkracht in Alblasserdam

Gemeente(n):Gemeente Alblasserdam (15.001 - 50.000 inwoners)
Jaar van uitgave:2013
Onderwerpen:Burgerparticipatie - beleid, Burgerparticipatie - projecten burgerkracht
Type(s):Beleidsnota, Projectbeschrijving

 

Alblasserdam koestert de betrokkenheid van de hechte dorpsgemeenschap die zij is en de gemeente onderneemt initiatieven om de contacten in wijken en buurten nog meer te bevorderen. Iedereen mag naar vermogen meedoen. Van grote betekenis is de samenwerking tussen de maatschappelijke partners: ondernemers, bewonerscommissies en het rijke verenigingsleven. Door deze samenwerking kan de samenleving haar zelforganiserend vermogen ontplooien (notitie nieuwe bestuursstijl, bijlage). De gemeente zoekt deze maatschappelijke partners actief op door middel van werkbezoeken. Zo maken ze kennis met de kracht van de samenleving.

 

Een heel concreet voorbeeld van deze kracht is dat bewoners samen een projectgroep vormen bij de herinrichting van hun buurt. Voor deze projectgroep zoeken we gezamenlijk een onafhankelijke voorzitter. Deze projectgroep wordt ondersteund door medewerkers van de gemeente die ideeën uitwerken en toetsen. Om medewerkers toe te rusten voor deze manier van werken start dit najaar een ambassadeursprogramma, als onderdeel van de transformatie van de ambtelijke organisatie.

 

Wijkgerichte pilot:

Onderdeel van het Collegeprogramma van Alblasserdam is een wijkgerichte pilot. De pilot wordt uitgevoerd in één van de vier wijken van Alblasserdam, Kinderdijk. Bij de start van deze pilot is een sociale kaart gemaakt van de wijk. Ongeveer 40 partijen zijn geïnterviewd, zowel professioneel als vrijwillig. Denk aan bewonerscommissies, kerken, Voedselbank, zorgaanbieders, woningcorporatie, bibliotheek en scholen. Aan hen is gevraagd wat ze doen en met wie ze al samenwerken, maar ook welke ideeën ze hebben rondom het thema "eigen kracht". Tijdens een eerste bijeenkomst van het hele netwerk zijn de ideeën gepresenteerd. De partners werken de ideeën die ze zelf hebben ingebracht, ook samen uit. De rol van de gemeente is te vergelijken met die van een boomerang: iets in gang zetten, in de opstart intensief betrokken en dan weer aan de gemeenschap overlaten. Hieronder volgen vier van de ideeën die vanuit de gemeenschap naar voren kwamen.

 

  1. Kanteling in dagbesteding (Gemiva-SVG, voorlopig). We doen een experiment waarbij dagbesteding aansluit bij lokale behoeften. Op een bestaande locatie in het dorp werken mensen met een arbeidsbeperking of indicatie met dagbesteding. Zij voorzien in een lokale behoefte, namelijk een reparatiecafé (voor meubels en dergelijke) en een kledinginzamelpunt. Van welke zorgaanbieder deze mensen ondersteuning krijgen, maakt niet uit: we kijken naar de kwaliteiten die we nodig hebben en zoeken op basis daarvan mensen bij verschillende organisaties. De kosten voor huisvesting en vervoer zijn laag omdat we gebruik maken van een bestaande locatie in de woonomgeving van mensen. Bovendien zijn de meubels en kleding ook nog eens herbruikbaar voor mensen met een krappe beurs. Er wordt samengewerkt met lokale partners (zorgaanbieder Adullam, woningcorporatie Woonkracht10, Voedselbank), en waar nodig met regionale zorgaanbieders of welzijnsinstellingen die activiteiten hebben die dit initiatief versterken of ondersteunen.
  2. Gezamenlijk matchen vraag en aanbod vrijwilligers (Stichting Welzijn Alblasserdam). Er komt de komende jaren ongetwijfeld meer vraag naar vrijwilligers, we weten ook dat er aanbod is wanneer we mensen benaderen voor taken die zij zelf belangrijk vinden. We willen de samenwerking rondom het inzetten van vrijwilligers verbeteren. Het gaat om de samenwerking tussen vrijwilligersorganisaties, zorgaanbieders en welzijnsorganisaties. Hoe stemmen we vraag en aanbod gezamenlijk af? Leidende principes zijn:
    • vraag en aanbod moet via meerdere kanalen (digitaal en fysiek) toegankelijk zijn;
    • vrijwilligers komen pas in beeld zodra een vraag niet binnen iemands eigen netwerk kan worden beantwoord;
    • juist met het oog op verbanden in buurten en wijken komen vrijwilligers zoveel mogelijk uit de directe woonomgeving van mensen;
    • Tot slot wordt voor het matchen van vraag en aanbod samenwerking gezocht met de kerken in Alblasserdam, met name met de meldpunten die zij hebben voor vrijwillige ondersteuning.
  3. Verbeteren samenwerking vrijwilliger, mantelzorger en professional (Rivas Zorggroep). Hoe kunnen we de kwaliteit van leven voor mensen met dementie vergroten? Eerder signaleren maakt het mogelijk om het ziektebeeld te remmen door de juiste medicatie en om samen met die persoon een behandelplan op te stellen. Maar ook door mensen langer in hun eigen omgeving zorg te bieden, door mantelzorgers en door vrijwillgers, met ondersteuning van professionals. We zijn ervan overtuigd dat mantelzorgers ontlast worden bij goede inzet van/ afstemming tussen vrijwilligers en (zo min mogelijk) professionals. We streven ernaar dat mensen met dementie daardoor ook langer thuis kunnen laten wonen.
  4. Bibliotheek/ Stichting Leerwerkbedrijf Alblasserdam/ Waardeburgh. Samen met bewoners bouwen we een digitaal archief van de wijk. We organiseren een reeks ontmoetingen waar mensen verhalen uit kunnen wisselen, en tegelijkertijd een stuk training krijgen om deze verhalen of foto's te digitaliseren en online te zetten. We organiseren ontmoeting en een geweldig archief, en hebben tegelijkertijd een mogelijkheid om mensen voor te bereiden op allerlei vormen van zorg op afstand (e-health).

 

Voor de wijkgerichte pilot zijn ongeveer 40 (vrijwillige en professionele) organisaties geïnterviewd over hun activiteiten en ideeën. Aan het lijstje worden nog steeds nieuwe organisaties toegevoegd. Van de vele ideeën hebben we er vooralsnog acht tot tien geselecteerd. Er blijft ruimte voor nieuwe ideeën, bijvoorbeeld tijdens netwerkbijeenkomsten. Het totale netwerk brengen we drie tot vier keer per jaar bij elkaar.

 

Beschrijving project/activiteit op het gebied van burgerkracht

De gemeente onderscheidt twee manieren om burgerkracht te mobiliseren.

 

  1. Burgerkracht ontstaat wanneer mensen zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun wijk of buurt. Dat is in de wijk Kinderdijk al jaar en dag het geval: in de wijk heeft zich een wijkkerngroep gevormd. Daarin zitten bewoners die hun medebewoners actief betrekken bij fysieke werkzaamheden in de buurt. Ze organiseren bijvoorbeeld wijkoverleggen en hebben e-mailadressen verzameld om elkaar op de hoogte te houden van wat er in de wijk speelt.
  2. Burgerkracht wordt ook gemobiliseerd wanneer mensen worden aangemoedigd om elkaar te ondersteunen. De bestaande structuren voor fysieke werkzaamheden willen we uitbreiden met sociale structuren. Belangrijke vraag is hoe we zo veel mogelijk mensen bereiken. De gemeente beseft zich dat haar bereik (zelfs met goede communicatie) beperkt is. Tegelijk zijn er dagelijks veel partijen actief in de wijk (variërend van zorgaanbieders tot het sportverenigingen en kerken). Samen bereiken deze partijen een overgrote meerderheid van de mensen die ondersteuning vragen of juist kunnen bieden.

 

We brengen al deze partijen in verbinding met elkaar. We voeren gesprekken over de manier waarop we bewoners benaderen: wordt iedereen in staat gesteld om naar vermogen mee te doen? Hoe vragen we mensen rondom een zorgvrager iets voor hen te betekenen? Maar ook: weten we waar we terecht kunnen als we denken dat iemand wat ondersteuning kan gebruiken. Door bewoners zo te benaderen krijgen mensen snel passende ondersteuning. We voorkomen daarbij dat mensen uiteindelijk een beroep moeten doen op zwaardere (en duurdere) vormen van zorg.

 

Het blijft niet bij praten, we versterken het netwerk vooral door samen bezig te zijn. Wat we doen wordt afgestemd binnen de Drechtsteden. Met deze gemeenten wordt intensief samengewerkt. Het project om de samenwerking tussen vrijwilliger, mantelzorger en professional te verbeteren zijn ook pilots in de Drechtsteden. Daarnaast bereiden zorgaanbieders gezamenlijk een experiment voor met een vernieuwende manier om professionele zorg te financieren.

 

Belangrijkste lessen aanpak:

  •  wees beducht voor het risico dat professionals toch weer taken over nemen van vrijwilligers. Wat succesvol is (zoals een volleybaltoernooi), moeten we koesteren. We proberen hooguit om het succes in onderling overleg te vergroten door de activiteit te combineren met andere activiteiten, zoals een maaltijd voor de wijk.
  • Verder leren we dat het belangrijk is om klein te beginnen bij het uitwerken van ideeën. Breng partijen bij elkaar die overduidelijk een gezamenlijk belang hebben, organiseer (vooral in de opstartfase) geen werkgroepen waarin belangentegenstellingen op kunnen treden.
  • Tot slot is communicatie een voortdurend aandachtspunt in deze aanpak. Naar elkaar (voortgang en nieuwe ideeën), maar vooral ook naar bewoners. Het gaat dan vooral om een bewustwording over de samenleving die we voor ogen hebben en wat daarin van bewoners wordt gevraagd, zonder de indruk te wekken dat we als gemeente taken "over de schutting willen gooien".

 

De pilot is begin 2013 van start gegaan. Wat bewoners vinden van de pilot brengen we eind 2013/ begin2014 inkaart, of we daarbij ook al het effect kunnen meten is de vraag. In ieder geval gaat het om bewustwording, we kiezen ten slotte voor de individuele benadering van zorgvragers en mogelijke vrijwilligers die hen kunnen ondersteuning.

 

 

Reacties

Hoe waardeert u dit praktijkvoorbeeld?

 

Reageer als eerste !